zaterdag 25 juni 2011

Van riksja's en computerschermen...

Mijn pa is kunstschilder…kort nadat ik het levenslicht zag, liet hij de blote madammen en de landschappen voor wat ze waren en begon hij abstracte kunst te schilderen…geen idee of mijn geboorte hem tot dat inzicht bracht. Zijn voorliefde voor strakke, geometrische vormen was duidelijk merkbaar in ons huis, alles in zwart-wit, geen spoor van kleur en nergens een overbodig ‘postuurtje’ zoals wij Vlamingen dat noemen. Ik vond het maar niks, ik wou een huis zoals mijn vriendinnen…met gekleurd behangpapier en een staande lamp. Met in de winter een kerstboom met lichtjes…niks daarvan. Bij ons stond er een witgeschilderde kale tak met grote en kleine zilveren kerstbollen.Heel mooi, denk ik nu.
Maar de kleine Fluffbunny ging graag naar oma aan de overkant van de straat…daar waren kleuren.Mijn grootouders hadden een handel in brandstoffen,een benzinestation zeg maar. De klanten kwamen betalen in een soort veranda,”den bureau” noemden wij het. Mijn grootvader en ik zaten er vaak samen naar buiten te kijken, kinderen en opa’s hebben zeeën van tijd. In de zomer kwamen er altijd wespen binnen gevlogen, die mijn opa onverbiddelijk doormidden knipte met een schaar. Hij was daar zeer bedreven in. Ik stond niet stil bij de wreedheid van die daad, wespen verdienden niet beter. Misschien is het ontbreken van een wespentaille bij ondergetekende wel Freudiaans te verklaren vanuit die optiek.
Voorbij de veranda kwam je in de keuken, een kleine keuken met een wand vol kastjes waarvan alle deuren in andere kleuren waren gelakt.Van daar kwam je in de woonkamer, met donkere meubels fraai versierd met houtsnijwerk van grootvader zelf,die eigenlijk meubelmaker was van opleiding. In een nis in de muur stond een groot Mariabeeld en wanneer je achter haar voeten voelde, kon je een houten wig wegnemen waardoor een lichtje aanfloepte…ons eigen Lourdes. Prachtig vond ik het.Maar de slaapkamers…dat was pas echt een toverwereld. De kamer van opa en oma (het klinkt vreemd in mijn oren omdat ik ze steevast meme en pepe noemde ) was voor die tijd ronduit Hollywoodiaans, het bed en de meubelen in crèmekleurig craquelé geschilderd, de bedsprei in lichtblauw satijn…wat die spuuglelijke ontkalkmachine daar dag in dag uit stond te pruttelen was me een raadsel, hoe zo’n onding in die voor de rest betoverende kamer terechtkwam…ik zal het nooit begrijpen.
Het mooist van al echter waren de twee kamers boven. Eens de trap op, kwam je op de kamer met de lits jumeaux en dan op een zolderkamertje met een kinderbed waar ik vaak logeerde. Maar de kamer met de lits jumeaux dus…dat was mijn geliefkoosde domein. Het behangpapier was wit met blauwe korenbloemen afgewisseld met rode klaprozen. De bedspreien waren van pluche, de één was blauw als de korenbloemen, de ander helrood als de klaprozen, ja…mijn meme had stijl èn was een beetje spilziek. Er was ook een lavabo waar roze gecraqueleerde glazen parfumflesjes op stonden, beeldschoon. De wand met ingemaakte kasten was geschilderd in pasteltinten. Alle kasten waren leeg, want mijn tante die daar geslapen had was ondertussen getrouwd en het huis uit. In het middan van al die kastjes was één hele bijzondere kast. Waarschijnlijk was het een soort toiletkastje of make-upmeubel geweest …wanneer ik de deuren opendeed zag ik een lege kastruimte met bleek tapijt bekleed, de achterwand was een spiegel en op dat tapijt stond niks behalve een klein beeldje van een Chineesje op een riksja. Toverachtig mooi was dat. Ik hoefde maar op die slaapkamer te komen en ik ging kijken of hij er nog was…hoe vaak ik leunend op mijn armen in die kast lag te kijken naar dat Chineesje op zijn riksja en zijn spiegelbeeld…geen idee, maar het was mijn persoonlijke zentuin.
Het huis is een jaar of twintig geleden afgebroken,mijn moeder stond met tranen in de ogen te kijken hoe haar ouderlijk huis met de grond gelijk werd gemaakt omdat er een nagelnieuw Total-benzinestation van 13 in een dozijn op die plaats kwam.
Ik heb in mijn eigen huis een mooie antieke kast, als ik de deuren openklap zie ik geen spiegel maar een computerscherm. Af en toe, als ik geluk heb…zit aan de andere kant van dat scherm een Chinees,zonder risksja, al wat ouder en rijper dan het kleine plastic poppetje destijds…maar hij houdt me een spiegel voor. Hij praat terug of liever…hij schrijft terug want hij slaapt wanneer ik waak en omgekeerd.Hij leert me muziek kennen en luistert naar wat ik vertel…soms duurt het een paar dagen voor ik antwoord heb want hij heeft het drukker dan de man van de riksja maar ik weet dat hij uiteindelijk toch de tijd neemt. Mijn persoonlijke zenvriend.Ik ben blij dat hij tot leven is gekomen…
Fluffbunny.

vrijdag 17 juni 2011

Elementen...

Ik hou van regen die net geen regen is. De bui is pas voorbij of de volgende moet nog komen.Het gras is nat, de lucht ruikt zuiver en vochtig, hier en daar verdwaalt nog een druppel, door de wind van een boom of een dakgoot gejaagd. Nee, regen is niet fijn als je met de fiets naar je werk moet of wanneer je geplande tuinfeest in het water valt. Maar regen kan een zaligheid zijn…
Wanneer je als kind in bed ligt, voor een keertje niet bang voor het donker, luisterend naar het getik van de druppels op het dak en hoe het water zich verzamelt en wegstroomt door de goot….
Wanneer het dagenlang verschroeiend heet is geweest en de eerste grote dikke druppels je huid verkoelen in een lauwe regenbui…
Ik hou van hele fijne regendruppeltjes, een soort motregen waar een stevige wind doorheen waait als ik wandel op een verlaten strand…net genoeg om alle zonnekloppers naar een tearoom te jagen en het strand alleen voor jou achter te laten. Het soort regen dat je haar net niet nat maakt maar toch weer wel, een lichtgrijze mist die als spinrag op je hoofd blijft liggen en je mond nat maakt zodat hij glimt…
De ultieme regenbui was die van ondertussen heel veel jaren geleden, toen ik met mijn neef onder de vrachtwagen van mijn grootvader was gekropen…allebei met een veel te grote oliejekker aan van pépé. Daar zaten we, veilig en droog, te kijken hoe de regen met bakken uit de hemel neerviel en in smalle stroompjes wegliep tussen de blauwe kiezelstenen. Als ik mijn eigen kinderen zo zou zien zitten, zou ik meteen schrik krijgen dat iemand onverwacht met de vrachtwagen over ze heen zou rijden of dat ze zich zouden bezeren of dat ze ziek zouden worden…misschien voelde mijn moeder dat ook zo maar we waren bij onze grootouders op dat moment en daar kon alles. Grootmoeder trok zelf een regenjas aan en bracht ons nog iets te drinken en te snoepen, daar…onder die grote vrachtwagen die rook naar de brandstoffen die hij vervoerde. Diezelfde geur die mijn grootvader enkel kon wegwassen na zijn wekelijkse ligbad.T ja, in die tijd lagen mensen niet wakker van een geurtje meer of minder…ik kan me zo de geur nog voor de geest halen : mijn grootvader was een kettingroker, 3 pakjes groene Michels zonder filter per dag . Hij leverde brandstoffen dus rook daarbij ook nog eens flink naar benzine, olie en 2takt. Hij vond het zalig om na een werkdag in zijn eigen éénpersoonszetel te gaan hangen, met sigaret, met zijn dampende ontvlambare overall en met een dikke snee brood met Hervekaas…de man wist zijn geurtjes wel uit te kiezen. En toch kroop ik zo dicht mogelijk tegen hem aan, hij maakte iedere keer plaats voor mij en at zijn boterham met zijn arm rond mij…zodat ik zijn getaande hand voorbij mijn neus zag passeren bij iedere hap. Ondertussen rookte hij met zijn andere hand een sigaret…met mijn ogen dicht ruik ik het opnieuw. Maar meer nog…met mijn ogen dicht voel ik mijn grootvader weer.En denk ik weer dat er nooit iets slechts zal gebeuren, dat iedereen mij altijd graag zal zien en dat oliejekkers altijd te groot zullen blijven.
Om maar te zeggen welke associaties de regenlucht om zes uur deze ochtend bij me opriep…
Fluffbunny.

vrijdag 10 juni 2011

Van kapselblunders en blunders bij de kapper...

Ik ben van nature bezitster van ruw geschat 80.000 haren (terwijl de gemiddelde homo sapiens er 100.000 telt) die zo steil zijn dat bouwvakkers me zomaar kunnen gebruiken als schietlood. Eerdere kapselexperimenten wezen uit dat krullen geen optie zijn, Brian May zou meteen de duimen moeten leggen hebben op een poedelshow. Kort haar leverde ten huize Fluffbunny zoveel protest op dat ik moest beloven dat nooit meer te herhalen. Kortom, ik ben dus gedoemd om voor de rest van mijn dagen met een voorspelbaar Snape-kapsel (voor de Harry Potter-fans) rond te lopen, lang sluik ravenzwart haar. De enige onderhoudswerken zijn veelvuldig wassen en om de 5 weken bijkleuren wegens het vroegtijdig grijs worden.
Gisteren had ik een afspraak bij mijn vaste kapster om die ingreep te laten uitvoeren. Nu moet ik eerst bekennen dat ik vreemd gegaan was. Jawel, een goede maand terug was mijn kapster zo druk bezet dat ik mijn toevlucht had genomen tot een soort kapper-drive in…vergelijk het gerust met een bordeel voor coiffures, de vrijblijvende knip zeg maar. No promises, no regrets.Nu ja, die regrets waren er wel achteraf. In een roekeloze bui had ik me gewaagd aan een asymmetrische coupe,links tot net onder mijn oor en rechts ruim tot over mijn schouder. Dat de stagiaire nog niet echt het knippen onder de knie had bleek toen ik het de eerste keer zelf gewassen had, mijn haar leek heel fluffig, wattig (bestaat dat woord?)en met pieken . Bovendien had die ongelijke coupe een vreemd neveneffect, ik leek mijn hoofd ter compensatie een beetje scheef te houden, zoals een kind wel eens doelbewust doet om een ijsje of een pakje pokemonkaarten van je los te weken. De conclusie was snel duidelijk : kapselblunder nummer 105. Zonder aarzelen zette ik er zelf de schaar in en probeerde één en ander te redden. Al bij al viel het mee en kon ik zo toonbaar naar mijn werk tot de volgende kappersbeurt bij mijn eigen kapster.
Gisteren was het dus zo ver. Ik zat in de stoel en werd ontdaan van mijn bril -wat mijn gezichtsveld reduceert tot een slordige 10 cm en de rest omtovert in een soort vloeistofdia of extreem doorgedreven flou artistique. Om één of andere reden hoor ik ook een stuk minder zonder bril op, of liever…begrijp ik minder, ik zie geen mimiek of lichaamstaal. Ik heb geleerd dat het dan wijzer is om me niet in gesprekken te mengen want ik weet nooit of ik tegen de juiste persoon bezig ben. Nu goed,ik zat daar stil te wezen, met een akelig koude vieze troep op mijn hoofd die me de gewenste kleur zou bezorgen. De dames naast mij waren lustig aan het keuvelen over hun dieet en het effect daarvan op hun boezem.Hilariteit,bekentenissen die nooit gedaan worden als er ook maar één man in de ruimte zou zijn. “Jaja,mijn buik is plat,maar mijn borsten…er schiet ook niets meer van over!Kijk maar!” “Ja,je kan misschien wat silicone laten inspuiten,hahaha!” “Moet je een paar kilo van mij bijhebben? Maar niet van mijn borsten hoor, liever van mijn kont!” “Hahaha,hihihi!” Letterlijk vette pret. Ik zweeg in alle talen,blij dat mijn boezem bedekt was onder een allesverhullende zwarte kapperscape…
Na een tijdje werd het kleurmiddel afgespoeld en mocht ik weer bij de kapster gaan zitten voor de bijknipbeurt, ik kon mijn zwijgen moeilijk volhouden en ik vroeg haar om mijn kapsel wat bij te werken en biechtte haar mijn buitenkapperlijk avontuur op.Ten overvloede zei ik dat ik me aan een asymmetrisch kapsel gewaagd had en dat zulks toch wel erg snel ging vervelen. Ze reageerde niet echt maar knipte in stilte verder. Toen ze klaar was gaf ze mij mijn bril terug zodat de wereld weer voor me openging. In een flits zag ik haar eigen nieuwe snit : een asymmetrische carré. Oops !
Fluffbunny.

dinsdag 31 mei 2011

De boom in !


Nu ben ik doorgaans vrij geduldig in mijn omgang met mensen, meer nog…men zegt wel eens dat ik te braaf ben. Maar de kruik gaat zolang te water tot ze barst en dan zal je het geweten hebben.
We hebben het met zijn allen druk…of kent u iemand die klaagt over teveel tijd? Dus wil iedereen graag vlot geholpen worden in een winkel of niet te lang wachten voor de lichten. Maar dat geeft niemand het recht om voor te kruipen in een schoenenzaak of door het rode licht te rijden. Mijn ergernis om dat soort zaken verbijt ik meestal of ik reageer me nadien in de auto af door de muziek wat harder te zetten.
Ja lieve mensen, het irriteert me ook wel eens dat ouders aan de schoolpoort elkaar lachend porren en ostentatief op hun horloge kijken als de school om 15.30u uit is met een blik van ‘Wat een leven hebben die onderwijzers!’ Dat ik ’s morgens om 6u of ’s avonds laat toetsen zit te corrigeren of dat ik een godganse dag 26 pubers in verschillende graden van welopgevoed zijn het licht moet laten zien…dat wordt dan even afgehandeld als een fluitje van een cent. Maar goed, geen probleem, ik begrijp dat vooroordeel en denk dan dat die mensen dat ook niet kunnen weten en dat ik ook niet alle ongemakken van hun job ken.
Maar vandaag was het net even teveel. Na een namiddag met hangerige /overdrukke pubers moest ik de voetgangersrij oversteken aan de kerk. Ik stond nog met de fluojas en het verkeersbord in het midden van de straat,terwijl er een volgende rij kinderen in aantocht was. Toch kon een ongeduldige vrouwelijke chauffeur (wiens kinderen ooit bij ons op school zaten en voor wie geen trap veilig genoeg , geen slot stevig genoeg kon zijn) niet wachten en ze trapte op het gaspedaal en reed zomaar door, net niet de zoom van mijn rok rakend.Dat de kinderen erop vertrouwen dat ze blindelings kunnen oversteken zolang ik daar in het midden van de baan sta leek van geen enkel belang. Ik liep nog in mezelf te mopperen om zoveel onvoorzichtigheid en ongeduld toen ik over de speelplaats kwam gewandeld.Of liever…met mijn hakken nogal heftig takkend tegen de tegels…Zag ik daar een woeste papa op mij afkomen met een chronometer in zijn hand. Jawel, een chronometer!! Hij stevende recht op mij af en vloog uit:’Zes minuten over halfvier. Zès!!! Minuten!!! Over!!! Halfvier!!! En de kinderen zijn al weg! Zeg nu nog eens dat dat normaal is. Lui volk!’ Ik stond met mijn voeten aan de grond genageld en zei niks terug.
Maar mijn bloed kookte, nog steeds…om zo weinig respect en om zoveel ongeduld. Ik vraag me af of die beide mensen het zouden pikken als wij hetzelfde ongeduld aan de dag zouden leggen met hun kinderen. Want dat doen wij. Dag na dag. Uur na uur. Iedere minuut. Zonder chronometer.
Fluffbunny

dinsdag 17 mei 2011

Voetballet


Ik had al weken beloofd aan de oudsten van de school dat ze tijdens mijn eerstvolgende middagtoezicht naar de tuin van de pastorij mochten gaan voetballen. Er was telkens iets tussengekomen, maar vandaag was er geen ontsnappen meer aan.(Ik heb al een paar keer een voetbal tegen mijn neus gekregen op de speelplaats en sedertdien ben ik echt niet happig op voetballen op school.) Met een stuk of dertig kinderen gingen we naar de tuin en ze vroegen of ik twee kinderen wilde aanduiden die de ploegen mochten samenstellen.Ik dacht democratisch te zijn door een jongen en een meisje aan te stellen. Van zodra ze begonnen met hun keuzes wist ik dat ik fout was geweest. De jongen koos voor sterke spelers, het meisje voor haar vriendinnen.Die match zou de farce van het jaar worden. De jongens glunderden eerst om het hardst, maar toen ze in de gaten kregen dat het eigenlijk op voorhand al een gewonnen match was vonden ze het eigenlijk niet leuk meer. Boys will be boys, ze willen zelden iets wat hen in de schoot geworpen wordt.
Het spel begon en het was grappig om het contrast te zien, de jongens vlogen er helemaal in, ruw en met een soort moordlust in de ogen, de meisjes elegant en met de pinken in de lucht.Bij het eerste schot zag ik zelfs een knalrood ballerinaschoentje mee de lucht invliegen. Tussen twee passen door slaagden ze er zelfs in een rad te draaien met de benen in de lucht.Bij de mannen moest ik dan weer bewonderend kijken hoe ze de vreemdste kapriolen maakten en in zweefvlucht met een toegelaten lichaamsdeel de bal wisten te raken. Ik ken echt helemaal niks van voetbal maar amuseerde me kostelijk. Er werden om de haverklap rauwe kreten uitgestoten, klinkend als “ènsj” en “corner”. Opeens riepen ze eensgezind iets van “balvoordeel”. Nu kan ik mij bij het woord balvoordeel niet echt iets voorstellen. Mijn spontane interpretatie is dat Gwyneth Platrow op het bal van de Zwinneblomme balvoordeel zou hebben op Margriet Hermans, maar dat is het vast niet.
Ik had vijftien jaar geleden wel eens gehoopt op een zoon, zelfs van woensdagnamiddagen doorbrengen in een kantine en zondag supporteren bij een match, maar toen ik bij iedere valpartij en iedere tackle bijna een hartinfarct kreeg was ik blij dat die beker aan mij voorbij was gegaan. Begrijp mij goed, ik vind het prachtig hoor…maar dit voetballet was weer voldoende voor de rest van het schooljaar. Ze mogen hun goddelijke gang gaan buiten de schooluren, met hun papa’s aan de kant van het veld.
Fluffbunny

zondag 15 mei 2011

Divertimento...voor Inge


Een week of twee geleden liet mijn beste vriendin me weten dat ze voor het eerst als soliste moest optreden bij het kamerorkest Divertimento.Nu hoor ik dat ensemble erg graag en wou ik ook absoluut dit belangrijk optreden van Inge niet missen.Vandaag was het dus zover…we gingen ruim op tijd naar de kapel van Onze Lieve Vrouw ten Doorn en gingen op de eerste rij zitten.
Ik genoot onder het wachten op het concert van de fraaie kapel, helemaal gerestaureerd en bijzonder mooi. Er kwamen een heleboel herinneringen in me op aan mijn schooljaren, toen we hier maandelijks de mis moesten bijwonen. En ook aan mijn allereerste klassieke concert, niet toevallig van Divertimento…een jaar of dertig geleden. Ik keek even op het programma en las tot mijn verbazing dat het hun afscheidsconcert was…na 33 jaar houden ze op…gebrek aan jong bloed, aan muzikanten, aan financiële middelen…
In één tel was ik dertig jaar terug, een vijftienjarig meisje dat voor het eerst naar een concert mocht…ik had mijn parka en mijn jeans voor de gelegenheid opgeborgen en droeg een nette broek en een nieuwe lange jas.Dat hoorde toen nog zo. Ik zat in diezelfde kapel toen de leden van het orkest gingen zitten, de mannen in zwart pak en de vrouwen in een witte bloes en een lange zwarte rok. Eerst stemden ze hun instrumenten, een geluid waar ik altijd van ben blijven houden. En toen…zetten ze het Canon van Pachelbel in. Ik vergeet nooit hoe al mijn haar rechtop kwam en ik kippenvel kreeg bij die zuivere klanken. Ik zag mijn vriendin zitten en was fier dat ze daar een deel van uitmaakte. Ik had alle stapjes in haar vioolcarrière meegemaakt, uren geluisterd of een boek gelezen of getekend terwijl zij toonladders speelde en notenleer studeerde. Op dat moment maakte die muziek zo een indruk op mij dat ik jarenlang heel regelmatig concerten bijwoonde…ofwel om te supporteren voor Inge ofwel samen met haar om naar een ander orkest te gaan luisteren. Prachtige uren van muzikale vervoering. Nog steeds heeft klassieke muziek die bedwelmende invloed op mij.
Vandaag dus, zoveel jaren later was ik opeens heel nostalgisch en ontroerd.Toen ik het eerste stuk hoorde met twee hobosolistes dacht ik aan mijn prille jeugdliefde voor de toenmalige hoboïst van Divertimento en ik zag ze slechts spelen door een waas van tranen. Met mijn hoofd naar achteren om de tranen tegen te houden luisterde ik verder.
Toen kwam de dame die de bindteksten las bij de microfoon en kondigde ze mijn vriendin aan en huldigde ze haar voor haar jarenlange engagement en inzet voor de groep. De krop die ik al in de keel had werd zo mogelijks nog groter toen ik Inge zag verschijnen, met haar nieuwe altviool en de rok die ze gisteren nog speciaal had gemaakt…ik zat met mijn duimen achter mijn handtas omhoog en luisterde gespannen. Ze zette de eerste zuivere tonen in en ik keek naar haar en naar haar zoon die rechtover haar zat, een mooie jonge cellist die een blik van verstandhouding wisselde met zijn moeder. Ik zag haar dochter en haar jongste zoon die in het publiek met een stralende blik naar hun moeder luisterden. En ik gaf de strijd tegen de tranen op, ik liet ze gewoon stromen…me niks meer aantrekkend van mijn rode neus (ach wat…kleurde goed bij mijn rokje) en mijn uitgelopen mascara. Muziek is er om te ontroeren en ontroerd te worden.
Alsof het nog niet genoeg was, speelde haar oud-vioolleraar het volgende stuk als solist. Een gigantisch mooi werk : “Meeting With A Friend” (what’s in a name) van Georgs Pelecis. De cirkel was rond en de ontroering compleet.
En ik was dankbaar…voor de muziek, voor de levenslange vriendschap, voor de schoonheid en de ontroering.
Fluffbunny.

zaterdag 14 mei 2011

Van winkeljuffen en arrogantie.


U kent ze vast allemaal, het soort winkeljuffen dat men vooral in kledingszaken van een keten aantreft : mijn tienerdochters noemen ze ‘ airwijven’. Te veel make up, te lang onder de zonnebank en als onmisbaar attribuut : de kauwgum.Als ik al eens in zo’n winkel verdwaald raak, speur ik altijd eerst naar het mollige verkoopstertje met de onzekere blik om haar dan te overspoelen met een overvloed aan vriendelijkheid, meestal is dat niet alleen een garantie voor een prima bediening, maar na afloop hebben zowel de verkoopster als ikzelf weer een goed gevoel.When I do good, I feel good; when I do bad, I feel bad, and this is my religion. OK, die heb ik van Abraham Lincoln maar het is wel een gezonde houding.
Toch kan ik er soms niet aan ontsnappen en komt zo’n geverfde pop op me af en zegt met een blik die me vertelt dat ze me (indien verrast op een biologietoets) zou indelen bij de orde van de zeekoeien en dat ze helemaal geen zin heeft om me te helpen :’Kannukusomshelpen?’ Mijn slechtere ik wil dan antwoorden:’Soms wel maar nu liever niet’,maar ik begin te blozen, voel me te zwaar, te oud en te bebrild en zeg:’Ik zoek een jeans, een hoog model, niet zo één dat laag op de heupen hangt’
Misprijzende blik – fossiel! – geïrriteerd gekauw op de kauwgum – draaiende ogen naar gelijkaardig geblondeerde collega :’Tja, ik weet niet of dat nog in de collectie zit! Maar ik wil wel eens kijken…(Ik wil eigenlijk niet,maar goed, mijn baas ziet me misschien door de bewakingscamera.)’
‘Welke maat moet dat zijn?’ (Minachtende blik op mijn heupen)
‘Maat 40 denk ik, maar ik weet niet zeker hoeveel dat is in jeansmaten.’
‘Je zou best een stretchmodel nemen,madam…’ (Zucht, 1-0 voor het airwijf)
Vervolgens begint ze verveeld tussen de stapels jeansbroeken te grabbelen met haar gelnagels, ondertussen lustig verder kwekkend met haar collega over het liefdesleven van hun kennissenkring. Ik zie de stapel jeansbroeken die a) te klein zijn en b) het verkeerde model hebben wegens toch low waist ondanks mijn uitdrukkelijk verzoek groeien en het zweet breekt me uit.
‘Hier,probeer die al eens!’ waarop ze me richting pashokjes duwt om verder te gaan afspreken wat ze zaterdagavond zal aantrekken.
Ik adem diep in , borstademhaling en geen buikademhaling want ik moet me in een jeans wurmen waarvan een golden retriever al ziet dat het maat 36 is en dus te klein voor mij. Dan steek ik doodongelukkig en gegeneerd mijn hoofd uit het pashok om te vragen of er een groter model is in maat 40 maar de verkoopster staat ondertussen te veraf om me te horen als ik mijn maten niet door de winkel schreeuw. Nu heb ik twee opties : of ik kleed me weer om en ga het haar gekleed in mijn eigen spullen vragen of ik loop door de winkel met een stuk blote buik zichtbaar wegens een niet te sluiten rits. De laatste keer dat ik dat deed zag ik de beide verkoopsters samenzweerderig lachen (‘we hebben ze nogal liggen!’) en probeerde ze nog eens met een maat 38.
Op dat moment is bij mij de maat vol (maat 40 dus). Ik zet mijn veren op, trek mijn eigen kleren aan, kom het pashok uit en geef haar de stapel jeans terug en zeg:’ Er is geen enkele jeans bij die past. Ik zou zeggen, ik kom later wel eens terug maar dat ga ik vooral niet doen. Ik ga gewoon ergens anders, waar ze hun werk graag doen.’
(Bekentenis : dit is wat ik al altijd zou willen doen. De waarheid is dat ik me verontschuldig voor het ongemak, ik de broeken netjes opgeplooid teruggeef en zeg dat ik het jammer vind en dat ik wel eens terugkeer en ik neem me voor om ze eens flink van repliek te dienen in een blogje.)
Het zal ze leren. Airwijven!
Fluffbunny